![]() |
|
|
IJsaangroei en ijsdikte |
De
vorming, aangroei van natuurijs is een uiterst ingewikkeld proces dat van
verscheidene factoren afhangt. Niet alleen de temperatuur, maar ook wind,
bewolking en vochtigheid zijn van grote invloed. Ook de stroomsnelheid,
diepte en ligging van het water spelen een belangrijke rol. Op stilstaand
water vormt zich eerder ijs dan in een stromende rivier, maar naarmate de
waterplas dieper is duurt het langer voordat ijsvorming optreedt. Onder
bruggen gaat de ijsvorming langzamer omdat de uitstraling daar minder
sterk is net als onder een wolkendek. Bewolking tempert 's nachts de afkoeling, maar beschermt het ijs overdag tegen de warme zon. Is de lucht echter droog dan is ook de verdamping groot, waardoor veel warmte aan het water wordt onttrokken. Onder die omstandigheden zal het ijs ook bij een luchttemperatuur van iets boven het vriespunt aangroeien. In vochtiger lucht is dat niet het geval en zal bij temperaturen boven nul water op het ijs komen te staan.
Wind zal het bevriezingsproces in de regel versnellen, omdat de warmte die vrijkomt bij bevriezing dan snel wordt afgevoerd. Waait het echter hard dan wordt de bevriezing juist vertraagd, omdat het water dan goed mengt en het warme bodemwater omhoog komt.
|
|
Zo blijven de voor schaatsers zo verraderlijke wakken bestaan, die tijdens een winderige vorstperiode dagenlang open kunnen blijven. Onder een laag sneeuw groeit het ijs in de regel minder snel aan. Het gewicht van de sneeuw kan het ijs onder water duwen. Vooral verse sneeuw is bovendien een slechte warmtegeleider, waardoor het ondergesneeuwde ijs nauwelijks warmte verliest en bevriezing wordt tegengegaan.
bron:www.knmi.nl |